• John Van de Mergel

Festivalverslag | Alcatraz Festival pt.4: Kurth's picks


Het zit er weer eens op! Laat ons eerlijk zijn, was dat niet een überfantastisch weekend? Livemuziek, food, booze, zon, véél zon, (nieuwe) vrienden, (nieuwe) maten, (nieuwe) collega's, knuffels, véél knuffels, ... en dat allemaal dankzij de prachtige mensen van het Alcatraz Festival! Ge moet al een ongelooflijke kloothommel zijn om ook maar énig kritiek te willen/durven uiten op wat we het afgelopen weekend hebben kunnen en mogen beleven. Nope, kritiek, van welke aard ook is ditmaal - en laat ons duidelijk zijn: enkel ditmaal! - niet aan de orde!

Dank, véél dank en duizendmaal dank ... en niets dan lof en respect!


We hadden nog één van onze pennelikkers rondlopen op Alcatraz en dus vroegen we Kurth om zijn indrukken van enkele meer extreme bands kort weer te geven. Hou jullie vast, want het gaat hard!

Suicidal Angels (13/08) Alcatraz festival. Het was even wennen, een massa mensen en geen regels. Niet dat er ook maar enige vrees was, anders zouden we geen voet binnen de met prikkeldraad bedekte gevangenismuren gezet hebben. Het duurde wel even eer de mindset zich echt manifesteerde om bands te gaan kijken. Mensen terugzien was eerst even belangrijker. Mijn gezelschap dwong me met zachte hand richting Swamp voor een portie onvervalste old school thrash van de hand van het Griekse Suicidal Angels. Een mens kan niet elke band kennen en ik geef dan ook graag toe dat ik deze jongemannen nog geen seconde aandacht had gegund. En dan blijkt een festival uiteraard een ideale gelegenheid om bands en artiesten die onbekend zijn te omarmen. Want wat een binnenkomer was het optreden van Suicidal Angels me zeg! Scheermesscherpe riffs aandreven door een drummer die met volle overtuiging wat gewrichten voortijdig richting revalidatie stuurt. Iedereen kan thrash spelen, al dan niet slordig, maar Suicidal Angels meent het verdorie en is strak als een stevig aangetrokken strop om de hals. Niets minder dan een forse trap onder mijn vermoeide kont die qua collateral damage wat edele delen tot pulp trachtte te herleiden. Het was meteen de eerste band die het heilige vuur liet laaien na meer dan een jaar beredderen zonder veel concerten. Fijn kennis maken, zeg maar. Dat hun discografie intussen hoog op mijn shopping list staat, heeft u begrepen.

(met dank aan Tim Vermoens van Gigview voor de foto's)


Necrotted (14/08)

Spelplezier ook op een ontegensprekelijk ondankbare plaats: een festivalstage openen. In de Swamp mochten op zaterdag de sympathieke Duitsers van Necrotted de laatste slaapresten bruusk uit de ogen van de aanwezigen blazen. En hoewel de koffie in mijn hotel van excellente kwaliteit was, gaat er niets boven een portie loeiharde extreme metal om de dag te beginnen. Dat de heren blij waren erbij te zijn? Een understatement van jewelste getuige de agressie en energie waarmee hun met slam opgesmukte death metal de tent in werd geslingerd. Het muzikale equivalent van de uppercut van Tyson, keer op keer bij elke song. Misschien goed dat het minder met metal vertrouwde deel van het publiek - dat gewoon blij was dat ze nog eens iets konden beleven - nog niet op de wei was, het zou een rude awakening geweest zijn. Opgewekte maar ook kwade jongens, dat Necrotted, weliswaar met het hart op de juiste plaats. Blij dat ik niet luilekker aan de ontbijttafel bleef hangen en deze heren voor het eerst in levenden lijve heb meegemaakt. Afgaand op de opkomst in de Swamp mag ik besluiten niet de enige te zijn geweest.

(met dank aan Tim Vermoens van Gigview voor de foto's)


Omnium Gatherum(14/08) Alcatraz samengevat in één woord: spelplezier. Of het nu Peter Tägtgren (Hypocrisy), Mikael Stanne (Dark Tranquility) of de Noorse oppergod Ihsahn (Emperor) betreft, allen strooiden ze ruim met lof voor de organisatie. Dat een festival als Alcatraz überhaupt kon plaatsvinden is een huzarenstukje en de artiesten wisten dat duidelijk te appreciëren. Zowat alle bands die ik zag etaleerden een spelvreugde die we wel degelijk kunnen bestempelen als post-covid. En nergens meer dan bij de Finnen van Omnium Gatherum. Meermaals bedankte de band met brede glimlach de organisatie terwijl ze een zeer genietbare en gedreven set brachten. Je zou haast denken dat die oprechte glimlach bij de band een gimmick van een boysband was, maar nee hoor. Gewoon blij er eindelijk weer te mogen staan en dat werkte heel aanstekelijk! Aan dynamiek geen gebrek bij deze jongens. Heerlijk vloeiende songs met een schat aan sterke melodieën en een zorgvuldig in balans gehouden scheut melancholie. Een optreden dat ook hier als veel te kort aanvoelde. De fun die de heren op het podium hadden, werd zichtbaar gedeeld door het publiek. Puike show!

(met dank aan Tim Vermoens van Gigview voor de foto's)


Destruction (14/08)

Meer thrash? Meer thrash! De veteranen van Destruction stonden mee aan de wieg van de hele Europese beweging. Dat het live niet altijd even spannend was in de 36 jaar dat de band bestaat, is geweten. Iets waar landgenoten Kreator ook wel eens last van hebben gehad. Maar op Alcatraz laaide ook bij hen dat heilige vuur als vanouds. Retestrak, nietsontziend en met de passie van jongelingen knalde Destruction zich door de set. Het zou me niet verbazen dat de band bij het jongere publiek wat nieuwe vriendjes heeft gemaakt. Na het festival bereikte het nieuws ons dat Michael "Mike" Sifringer de band verlaten had. Hij was het enige overblijvende originele lid. Geen idee of hij er nog bij was op de Prison Stage. Ik stond Destruction vanop afstand te aanschouwen, glimlachend en goedkeurend knikkend. Maar halve Belg en tourmanager Martin Furia (Evil Invaders, Nervosa) zal die six-string van Mike ongetwijfeld alle eer aan doen. Destruction is een legendarische band en liet een verdomd goede indruk na op Alcatraz.

(met dank aan Tim Vermoens van Gigview voor de foto's)


Hypocrisy (14/08) Ook een fijn weerzien was het met de band die, in een ver vervlogen tijdperk dat 1996 heet, mijn allereerste metaloptreden mocht openen: Hypocrisy. De Zweden rond Peter Tägtgren brachten quasi dezelfde set als twee jaar geleden. Het is hen vergeven. Elke set van deze band gaat erin als zoete koek. Quasi dezelfde set als twee jaar geleden betekent ook dat medley met tracks uit Penetralia en Osculum Obscenum nog niet verdwenen is. En daar mogen we blij om zijn, want het blijven onvervalste klassiekers. Niet meteen een verrassende set, maar gewoon de oerdegelijke performance die we van de heren gewoon zijn. En telkens die monsterriff van Roswell 47 aanvat weet je, het zit er helaas weer op na dit nummer. Misschien dat we het live-gebeuren echt allemaal wat te hard gemist hebben en dat een festivalset de honger naar meer niet snel gestild krijgt. Dat ik op zondag wat last had in mijn hals was vooral te wijten aan deze dikke vijftig minuten vertier. Een traditie op zich bij Hypocrisy. En dat die nieuwe plaat nu maar snel mag komen, verdekke.


Asphyx (15/08)

Oude doch kranige knarren zijn een traditie op Alcatraz. Dat er vaak na meer dan 30 jaar op de bühne nog geen gram sleet op zit, dwingt onvoorwaardelijk respect af. Built to perform, zeg maar. De intussen grijs geworden Martin Van Drunen is één van die charismatische frontmannen waar tijd geen vat op lijkt te hebben. Beetje teleurstelling vooraf het concert van Asphyx echter. Slechts veertig minuten van onze Nederlandse vrienden? Best wel kut, man. Dat de band overigens niet op de initiële affiche stond, maar als vervanger kwam opdraven verbaast ook enigszins. Het eerder dit jaar verschenen Necroceros blijft immers een zeer genietbaar plaatje. Maar goed, Asphyx deed wat het altijd doet: knallen en vooral geen nonsens verkopen. Heerlijk setje van deze toch wel invloedrijke band. Asphyx bleek een net geen drie kwartier durend headbangfestijn, aangewakkerd door het jeugdig enthousiasme van Drunen zelf. Altijd fijn om deze band live te mogen zien. En dat was op deze zondag niet anders.


Tekst: Kurth De Clercq | Foto's: John Van de Mergel & Tim Vermoens (van Gigview)

Ga ook naar: Pt.1: La Morgue

Pt.2: Toppers en verrassingen

Pt.3: Job (well) done