Albums | Lézard - Que Se Passe-t-il
- Michael Vandenbosch
- 2 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen

Sommige dingen voelen meteen alsof ze er altijd al waren.
Soms duikt er iets op dat zo perfect past dat je je afvraagt waar het al die tijd verstopt zat.
Iets dat er plots is en zo perfect past dat je je afvraagt waar het al die tijd verstopt zat.
Zoals speculoospasta, Watskeburt van De Jeugd van Tegenwoordig, of beter nog: Lézard met hun debuutalbum Que se passe-t-il.
Schaamteloos swingt dit quintet door je speakers met een even eclectische als effectieve mix van funk, swing, pop en averechtse disco, met een punky attitude die onvermijdelijke shenanigans op de dansvloer veroorzaakt.
Met meeswingers als Manifastique (oh la la la nog aan toe), Pop pop pop pop pop pop pop stop en Party in the U.S. of E. veroorzaakt Lézard een onweerstaanbare vloedgolf van punky funky fun.
Denk aan Talking Heads zonder het sérieux.
Aan LCD Soundsystem waarbij James Murphy geen bleekscheet is.
Aan Scissor Sisters zonder de Photoshop.
Denk aan een feestje dat van het podium naar de dansvloer overwaait. Denk niet te veel en geniet gewoon. Stil blijven staan is geen optie.
Schwing!
Luister:
Live:
Meer info
Met een spetterende mix van post punk, disco, glam rock, new wave en electroclash begeeft Lézard zich op die breuklijn tussen komedie en tragedie – nummers die zich ontvouwen als een komisch theaterstuk én de kakofonie achter de schermen.
Het debuutalbum van Lézard heet “Que Se Passe-t-il”, een diorama waarin hartenbrekers, voyeurs, escapisten en dromers zich vermengen onder een verbrijzelde discobal. Lézard richt de camera radeloos op zichzelf: wat is er in vredesnaam aan de hand op deze grote blauwe rots?
De band beweert niet permanent gebroken dingen te kunnen repareren, maar ze doen er alles aan om die kloof op te vullen met uiterst aanstekelijke songs. De hysterische chemie tussen Neil Claes en Myrthe Asta spreidt zich overal uit en creëert een gloednieuwe dans waarvan ze zelf de naam niet eens kennen. De ruggengraat van Lézards spitsvondige funk-punk bestaat uit Andreas Duchi (bas) en Roel Delplancke (drums). En tot slot Viktor De Greef, beschikkend over een arsenaal aan kronkelende synthesizers die op elk moment het spelplan dreigen te dwarsbomen.
Met Lézards eerste reeks singles, het opzwepende “Nothing at All” als startschot werd Lézard in rap tempo een livesensatie van jewelste. Festivals als Reeperbahn, MaMA, The Great Escape, Left of the Dial, Pukkelpop, Best Kept Secret, ESNS en Radiance moesten eraan geloven. De vijf bandleden herwerkten hun repertoire voor Que Se Passe-t-il grondig met producer Bert Vliegen achter de knoppen – de arrangementen scherper, de decors kleurrijker, de dialogen raker. De kenmerkende gekte van Lézards liveshows vastgelegd als bliksemschichten in een fles.
Lézards groovy geometrie vormt een anker voor een storm aan impressies en ervaringen. Het existentialisme van “Manifastique” overviel Neil terwijl hij in Parijs in de rij stond te midden van de fotografen en feestgangers. Taal wordt tot het uiterste opgerekt op het door Myrthe geleide, droogkomische “Pop Pop Pop Pop Pop Pop Pop Stop”. “Person of Consistency” observeert gierige online guru-types en hun sekte van volgers, terwijl de springerige titeltrack van het album glijdt onder het oppervlak van polarisatie – versnellend naar een Devo-achtige climax.
Lézard is even boeiend wanneer ze even gas terug nemen, zoals in het gefragmenteerde “How Does It Feel?”, waarin Neil ergens in limbo tussen Young Americans en Scary Monsters zwerft. “Love Is In The Air” is een liefdesliedje dat op een sluwe manier met stereotypen speelt. “Wonder What They Said” vertelt een dystopische verhaal over een gebroken thuisfront – en laat zien dat onder het topje van Lézards absurdistische ijsberg een complexe realiteit suddert.
Het pure plezier spat van deze 13 songs af. Zoals blijkt uit nummers als “Dance Tonight”, de vernieuwde (met Stereolab-sampling) opener “Coltrane & XTC” en de door Chicks on Speed beïnvloede electropunkbanger “Rock & Roll”. En, hypothetisch gezien, als Lézard een poging zou wagen om mee te doen aan het Eurovisie Songfestival, zou “Party In The U.S. of E.” een mooie keuze zijn: een grandioze chronologie van een Europa dat geleidelijk afglijdt van een zogenaamd ‘verenigd front’ naar een plek waar fascisme en nationalisme steeds meer lijken te regeren.
Stiekem kun je Que Se Passe-t-il zowel een break-up als een comebackplaat te noemen: de vijf zielen die Lézard vormen hebben de party-fase intussen in de achteruitkijkspiegel gelaten. Alle geesten en fragmenten van die wazige nachten opgezogen en samengeperst, om vervolgens weer losgelaten te worden in tegendraadse discopunk die lichaam en geest op een onstuimige manier overheersen.

